Historie
De naam 'Staaien'
Staaien is Sint-Tuidens dialect voor Staden. In de Middeleeuwen heeft Staden vele betekenissen. Volgens Middelnederlandse woordenboeken betekent Staden: plaats.
Staden is een oude wijk van St-Truiden. In 1605 liet Abt Abelardus II er een kerk bouwen, bediend door de monniken van de abdij. Tot na de tweede wereldoorlog stond daar het zogenaamde kapelleke van Staaien. Staaien kent dus een ver verleden, maar was vroeger schaars bevolkt. In de 16de eeuw woonde er één familie, in de 17de eeuw waren er 14 kerkgangers en in de 18de eeuw woonden er twee families, waaronder de molenaar (Staaienmolen). Tot in de 18de eeuw deed het kerkje dienst als parochiekerk. Daarna, zonder pastoor en zonder gelovigen viel het stilaan in puin.
Niet altijd op Staaien
STVV werd op 23 februari 1924 opgericht. In de beginperiode liep het niet altijd van een leien dakje. Zo was er het probleem van de akkomodatie. De eerste voetbalthrillers haden plaats op het voetbalveld van de tweede Lansiers, gelegen aan de Tongerse steenweg. Maar deze lokatie was geen succes en ondermijnde de prestaties van de piepjonge Kanaries. Want de spelers moesten voor elke wedstrijd zelf de doelpalen in de grond steken en terug afbreken, de netten hijsen, het terrein wellen en de kalklijnen trekken. Jean Menten -bekommerd om het wel en wee van de kersverse Sint-Truidense club- zorgde voor een nieuw terrein aan de Montenakenweg (anno 1997 de site van één van onze hoofdsponsors de Belgische Fruitveiling). Om het terrein in te huldigen werd tweedeklasser Cercle Tongeren uitgenodigd. De belangstelling was echter aan de lage kant. Slechts negen betalende toeschouwers -een ticketje kostte 1,50 fr.- passeerden het loket.
Bombardement Staaien
In 1927 werd door bemiddeling van Alfred Wauters (directeur van de suikerfabriek Mellaerts) te Staden (nu Staaien) aan de Tiensesteenweg een nieuw terrein aangelegd. De gronden waren eigendom van de suikerfabriek. Het debuutjaar op Staaien was een schot in de roos: STVV promoveerde naar bevordering (vandaag derde klasse). Het terrein kreeg onmiddellijk een nieuw kleedje en er werd een staantribune uit de grond gestampt. In het seizoen 1933-’34 was het alle hens aan dek. De verontrustende geruchten dat STVV het terrein op Staaien kwijt zou raken, staken de kop op. Maar de diplomatie en de overredingskracht van het bestuur verhinderden deze plannen.
In 1937 promoveerden de Kanaries naar bevordering, tegen co-leider Zwartberg was het volle bak op Staaien (vijfduizend toeschouwers). STVV zette de opmars verder, maar tijdens de oorlogsjaren was het even ellende troef. Van een normale competitie was er geen sprake en op 26 augustus 1944 werden de installaties op Staaien volledig vernield door een luchtbombardement. Vier jaar later (’48) promoveerde STVV naar eerste klasse. Staaien onderging een ware metamorfose: een nieuwe overdekte tribune met 600 zitplaatsen en ook extra staanplaatsen. In het seizoen 1952-’53 kwamen er nieuwe staanplaatsen bij en installeerde men ook stortbaden in de kleedkamers. Het seizoen 1965-’66 was hét moment van Staaien. Twintigduizend supporters pakten zich samen op Staaien voor de thriller tegen het grote Anderlecht. De supporters stonden tot tegen de krijtlijnen of hingen in de lichtmasten of bomen. STVV won met 2-0 en eindigde dat jaar als vice-kampioen.De jaren 80-90
In het seizoen 1981-’82 kreeg Staaien een nieuwe verlichting (met masten). STVV had enkele keren naast een televisieuitzending gegrepen. De verlichting was onvoldoende sterk voor een kleuruitzending. In de zomer van 1983 werd een deel van de onoverdekte staantribune en de oude kantine aan de straatkant afgebroken om plaats te maken voor een modern en ruim complex, met een lengte van 36 meter en een breedte van 9 meter. De kostprijs werd op vier miljoen geraamd. Met dit complex was tweedeklasser STVV absoluut ‘in’, want in de Club 86 boven kon men (en nu nog) de wedstrijd door grote ramen volgen.
In het seizoen '85-'86 brandde de hel van Staaien letterlijk en figuurlijk. Tijdens de derby tegen Sporting Hasselt werd het in een hotdog-kraam te ‘hot’. Enkele gasknallen en een metershoge vuurzuil zorgden even voor paniek, maar de brandweer was vlug ter plaatse en kon verder onheil voorkomen. De wedstrijd werd een kwartier stilgelegd, STVV won uiteindelijk met 2-0. Een seizoen later nam de geel-blauwe familie Sint-Niklaas in. STVV speelde er kampioen en promoveerde na dertien jaar terug naar eerste klasse. Groot feest in Haspengouw, maar ook werk aan de winkel op Staaien: de vernieuwing van de omheining, extra licht, een nieuw receptielokaal, enz. Tegen Club Brugge installeerde het bestuur zelfs een speciale (extra) tribune met vijfhonderd staanplaatsen. In het najaar van het seizoen 1988-’89 werd de hoofdtribune verbouwd: een nieuw dak en twee bijkomende rijen. De kapaciteit bedroeg 16.000 plaatsen. 2.500 overdekte zitplaatsen, 6.000 overdekte staanplaatsen en 7.500 onoverdekte staanplaatsen. In de maand januari van 1989 werden nieuwe plannen voor Staaien bekend gemaakt. Er zou een complex van 200 miljoen komen, met een evenementenhal (2.000 plaatsen), vergaderzalen, klubgebouwen, enz. De lange staantribune zou vervangen worden door een nieuwe met 3.000 zitplaatsen, 500 business-seats en 7.000 staanplaatsen. Het bleef echter bij plannen. In 1990 werd wel de Jonagoldtribune bijgebouwd met 800 zitplaatsen. Twee jaar later rezen de twee business-seatsblokken uit de grond. Deze werden voor het eerst in gebruik genomen op 19 november tegen Anderlecht. In 2001 kwam er een complex achter de hoofdtribune bij met de Kanarieclub, STVV-café, extra sanitaire voorzieningen en een perslokaal.De grasmat
In augustus 1989 kreeg Staaien een nieuwe grasmat, dit betekende meteen het einde van de grasmatperikelen van Staaien, die al even lang duurden als Staaien oud was. Tegenstanders die op Staaien de boot ingingen, schreven dit dikwijls toe aan de staat van het veld. "Een Haspengouws patattenveld," noemden de tegenstanders het smalend. De grasmat was de oorzaak van kwetsuren, de bal botste wel eens verkeerd en hij rolde niet altijd voor de thuisploeg. Kortom, de grasmat was dikwijls de zondebok. Al speelde de grasmat soms ook in het voordeel van STVV. Een technisch verfijnde ploeg als Anderlecht ‘verzoop’ op Staaien omdat er van combinatievoetbal weinig sprake was.
Terug naar de vernieuwde grasmat: tweeduizend vierkante meter in teeltgrond geworteld en volgroeid gras werd per vrachtwagen uit Nederland aangevoerd en op Staaien uitgespreid. Een tweede ‘wondermiddel’ was het verminderen van het aantal wedstrijden op Staaien. Tot 1989 speelden zowel de eerste ploeg en de B-ploeg als de uefa’s hun wedstrijden op Staaien. Sinds die ingrijpende renovatie van de grasmat is de kritiek over de staat van het veld van de wereld. En Staaien is en blijft een ‘giantkiller’…
De zomer van 2003
Tijden veranderen. Supporters willen meer comfort en de vraag naar zitjes nam de jongste jaren toe. STVV volgde eerst de piste van een volledig nieuw stadion op de voormalige luchtmachtbasis in Brustem. De financiering van dit project geraakte niet tijdig en niet helemaal rond. Daarom ging men in de zomer van 2003 over tot de verbouwing van de hoofdtribune tot een businesstribune. Aan de overkant gingen de inside-seats en de overdekte staantribune tegen de grond. In de plaats verscheen een grote zittribune met meer dan 5.000 zitjes, voorzien van het nodige comfort zoals horecaruimte en sanitaire voorzieningen.
Voetbalkenners over de Hel van Staaien
Raymond Goethals: "Nen echten terreng veuj de football"
De tovenaar maakte zeven jaar lang het goede weer bij de Kanaries. Zijn laatste seizoen bij de Kanaries -daarna werd hij bondscoach- was een voltreffer van formaat. STVV sloot de competitie ‘65-’66 af als vice-kampioen, na Anderlecht. "Maane joeng, da was pas voetbal," blikt Goethals terug. "Staaien, da’s nen terrein veuj de football. Op Staaien zitten de mensen met hun neus op het spel. Daar voel je nog dat je thuis speelt. En dat is wat een trainer en elke speler wil: volk en ambiance. Een publiek als in Sint-Truiden heeft een enorme invloed op de match. De ambiance op Staaien was ongelooflijk. Om twee uur waren de deuren gesloten. Vollen bak. En op verplaatsing was het ook altijd feest. Luik, da was nen echten derby. Honderd bussen gingen mee. Vijfduizend dolle supporters van STVV. Dat zijn daar zotten van de voetbal. Net als in Charleroi. Wat ik nooit zal vergeten was de memorabele wedstrijd tegen Anderlecht (‘65-’66). Het publiek hing aan de doelpalen en om een corner te trappen moesten de spelers het volk eerst vragen om even plaats te ruimen. Er was zelfs sprake van de match niet te laten spelen. Albert Roossens was toen voorzitter van Anderlecht en peilde even bij scheidsrechter Loraux of er wel gespeeld kon worden. Loraux antwoordde kort: En ga jij dat omroepen?"
Jan Mulder (ex-Anderlecht en nu o.a. columnist voor Humo) over zijn bezoek aan Staaien
"Een ultra-klein kleedkamertje en een publiek dat qua vijandigheid met Beerschot en Standard in de top-drie prijkte." zo omschrijft Jan Mulder de geladen ontmoeting tussen STVV en Anderlecht. "De sfeer was écht speciaal. De weg ernaar toe, die zinderende massa voor de poort... het had iets dreigend. Tegelijk had het ook iets sympathiek. Vergeleken met het voetbalvandalisme van twintig jaar later in Nederland, was de verplaatsing naar Staaien toch meer een gezellige theevisite. Maar ik geef toe: met dat publiek, dat stadion en die grasmat die voor een technische ploeg in het nadeel speelde, waren we (Anderlecht) toch telkens blij dat we met een puntje terugkeerden."
Reputatie Anderlecht-killer
"Anderlecht had het meer dan één keer moeilijk en de verklaring is simpel: thuis kon elke ploeg meer tegen ons dan tegen een ander team en ook de psychologie speelde mee. Een factor die er trouwens voor zorgt dat zo'n reputatie generaties overleeft. En natuurlijk: iemand als Lon Polleunis was een ronduit fantastische voetballer die net zo goed bij Manchester kon spelen. Of Frits Vandenboer... Maar in die tijd ging dat zo: wie niet bij Anderlecht speelde, werd onderschat en kwam bijna nooit in aanmerking voor een selectie..."

